- Home
- Schoolmaatschappelijk werk
Een dag uit het leven van... ‘juf’ Ankie
Intro
‘Gelukkig is het al licht als ik op de fiets stap. Heerlijk genietend van de vogelgeluiden, de kleuren groen, het koolzaad in de bermen. En vooral even de wind door mijn haar en hoofd.
Bij de rivier wacht ik op het pontje dat mij overzet naar de Hoekse Waard. Wat een uitvinding is dat! Omfietsen kan via de Kiltunnel, maar het pontje is echt korter en sneller. Betekent wel voor 8.45 uur aan de overkant zijn, want dan stopt het pontje met varen. Dat is voor mij geen probleem. Ik ben graag op tijd op school.
Zodra ik de school binnenstap, begint het regelen van een werkplek. Dat is een hele uitdaging. De meeste werkplekken zijn bezet. Daarna neem ik de planning door met de verschillende leerkrachten: wanneer komt het uit dat ik welke leerling spreek? Omdat ik efficiënt wil werken en zoveel mogelijk leerlingen wil spreken, is dat een hele puzzel. Dit moment gebruik ik ook om de leerkracht te vragen hoe het op school met de leerling gaat.. Wat ziet de leerkracht aan het gedrag van de leerling? Heeft de leerkracht nog iets nodig in de omgang met deze leerling?
Even een mok warm water en dan zoek ik mijn werkplek op en start ik mijn laptop op. Om mij heen klinken even later de geluiden van leerlingen die binnenkomen. Sommige leerlingen hebben mij al gesignaleerd en komen even buurten ( lees: vragen wanneer ze een gesprek hebben) Sommige leerlingen denken dat als ze mij zien, ze ook direct een gesprek hebben.
Dan gaan de deuren van de lokalen dicht en beginnen de lessen. Om mij heen hoor ik het zingen van psalmen en andere Bijbelliederen. Af en toe kan ik het niet nalaten om zachtjes mee te zingen. Deze tijd gebruik ik om de planning uit te werken. Soms heb ik een gesprek met een ouder, die handvatten nodig heeft om met andere ogen naar het gedrag van het kind te kijken. Samen met ouders probeer ik helder te krijgen wat het kind nodig heeft en wat het zegt met dit gedrag. Een kind kan niet anders laten zien dan dit gedrag, anders zou het dat wel doen. Omdat kinderen niet altijd de juiste woorden hebben om iets te vertellen praten ze door hun gedrag. Voor ouders kan dit een eye-opener zijn. Ik benoem dat als een cadeau voor ouders! Nu nog de taal van het kind leren begrijpen.
Na 9.30 uur ga ik in gesprek met de leerlingen. Met de één over vriendjes en vriendinnetjes hebben en houden, met de ander over een lastige thuissituatie. Over verdrietige dingen die een kind meegemaakt heeft, over een aanstaande verhuizing, of over snelle hersens. En in het beste geval hebben we het over klokkijken wat zo lastig is. Zelf ervaar ik mijn onderwijsachtergrond als een positieve extra: ik ben echt breed inzetbaar. Altijd gebruik ik concreet materiaal: van een klok, tot poppetjes en metaforen om ACT toe te passen. De kinderen praten door de materialen en dat verlaagt de drempel voor hen. Het liefst zouden alle kinderen van de school met mij ‘praten’. Ook naar ouders toe merk ik dat de drempel laag is. Ik loop een stukje met hen mee en daarna kunnen ze het zelf. Steeds benoem ik dat het niet raar is om opvoeden lastig te vinden. Je hebt immers voor alles een diploma nodig en opvoeden moet je maar kunnen!
Soms breek ik er op school even tussenuit en ga ik bij ouders thuis op bezoek. Dan moet ik het gesprek aangaan over wat lastig is. Ouders erkenning geven voor wat ze doen. Soms hebben ze bevestiging nodig om meer zelfvertrouwen te krijgen door een soort toestemming krijgen om te oefenen en te ontdekken wat wel en wat niet werkt.
De dag vliegt voorbij en in de omgekeerde volgorde ga ik terug naar huis. Genietend en dankbaar voor de plek die de HEERE mij geeft in Zijn wijngaard. Hij zorgt en geeft wijsheid, kracht en liefde. Ik moet niets, maar mag alles in Zijn kracht! Dat geeft rust!
Schoolmaatschappelijker werker Ankie van de Breevaart (primair onderwijs)